Sint-janskruid werkt bij lichte tot matig ernstige depressies vergelijkbaar goed als citalopram, maar heeft aanzienlijk minder bijwerkingen. Waarom artsen desondanks zo vaak citalopram voorschrijven, legt dit blogartikel van het Instituut voor Moderne Psychotherapie in Berlijn uit.
Alle onderwerpen in een overzicht
De noodlottige serotonine-hypothese
Zeker heeft u wel eens gehoord dat een serotoninetekort verantwoordelijk zou zijn voor het ontstaan van een depressie. Aan de neurotransmitter wordt – samen met noradrenaline – een essentiële rol toegekend bij de prikkeloverdracht in de hersenen. Volgens de wijdverspreide leerstelling is serotonine, eenvoudig gezegd, verantwoordelijk voor de correcte communicatie tussen de zenuwcellen in de hersenen. Een tekort aan de neurotransmitter leidt er dus toe dat onze zenuwcellen onvoldoende met elkaar kunnen communiceren. Het gevolg van dit chemische onevenwicht: we voelen ons lusteloos, energieloos en gedemotiveerd. Met andere woorden: we worden depressief of angstig. Tegenwoordig wordt deze zogenaamde “serotonine-hypothese” met name door farmaceutische bedrijven opgepakt en verspreid. Hun antidepressiva – met name het in Duitsland zeer populaire citalopram – richten zich voornamelijk op een verhoging van het serotonineniveau.
Overeenkomstige medicijnen worden daarom veelzeggend ook wel Selectieve Serotonineheropnameremmers (Selective Serotonin Reuptake Inhibitor – SSRI) genoemd.
Mythe van serotoninetekort
Dit klinkt allemaal wetenschappelijk onderbouwd – en geeft getroffenen tegelijkertijd hoop op een snelle medicamenteuze verbetering. Ware het niet dat er een probleem is: de serotonine-hypothese is simpelweg onjuist. De huidige stand van de wetenschap wordt door Dipl.-Psych. Thorsten Padberg treffend samengevat in het artikel “Placebo’s, drugs, medicijnen – De moeilijke omgang met antidepressiva”, verschenen in het Psychotherapeutenjournal in 2018. Zo is er momenteel geen enkele aanwijzing dat depressieve mensen op enigerlei wijze problemen zouden hebben met hun serotoninespiegel. Deze onopvallende zin moet men eerst even laten bezinken. Hoewel de serotonine-hypothese al vele decennia het onderzoek naar antidepressiva domineert, kon deze nooit empirisch worden bevestigd. Integendeel. De poging om bij gezonde mensen depressieve symptomen op te roepen door een medicamenteuze serotoninevermindering, leidde in plaats daarvan zelfs tot een verbetering van het psychische welzijn. Paradoxaal genoeg werd op basis van dit experiment met tianeptine een antidepressivum ontwikkeld dat niet als serotonineheropnameremmer, maar omgekeerd als serotonineheropnameversterker werkt.
Samengevat betekent dit: een serotoninetekort lijkt geen of op zijn minst slechts een verwaarloosbare rol te spelen bij het ontstaan van depressies. Dienovereenkomstig sceptisch moeten medicijnen worden beschouwd waarvan de ontwikkeling precies op deze misvatting berust.
Maar kan dat echt zo zijn? Dat een aantoonbaar verkeerde hypothese, eenmaal in de wereld gebracht, door zowel de vakwereld als de media wordt geloofd en verder verspreid? Helaas wel. Denk eens aan spinazie. U heeft er vast ook wel eens van gehoord dat de groente een ware ijzerbom is. Geen wonder, deze opvatting werd immers decennia lang verspreid door voedingswetenschappers en de media. En de beroemde tekenfilmfiguur Popeye, die zijn krachten haalt uit het “ijzerwonder” spinazie, deed de rest om deze opvatting te verstevigen. Tegenwoordig weet men echter: spinazie bevat helemaal niet bijzonder veel ijzer.
De oorzaak van deze mythe was een kommafout in een oude voedingswaardetabel. Zo werden 3,5 milligram maar liefst 35 milligram ijzer per 100 gram.
Hoe werkzaam zijn citalopram en andere antidepressiva?
De onhoudbaarheid van de serotonine-hypothese voorspelt weinig goeds met betrekking tot de werkzaamheid van antidepressiva. En inderdaad, het succes van deze medicijnen is beperkt. Bij lichte, matige en niet al te ernstige depressies helpen ze niet beter dan een placebo. Gemiddeld is er slechts bij 14 procent van de getroffenen een kans op verbetering van hun depressieve symptomen.
Ze zijn daarom alleen aan te bevelen bij zeer ernstige depressies. Hier werd waargenomen dat getroffenen na enkele weken op zijn minst weer voldoende energie ontwikkelen om psychotherapeutisch met hen te kunnen werken. En zelfs in dit geval moeten de medicijnen daarna snel weer worden afgebouwd.
Dat antidepressiva niet of slechts marginaal effectiever zijn dan placebo’s, is inmiddels in verschillende studies bevestigd. Ook de in de zomer van 2019 gepubliceerde meta-analyse van het gerenommeerde Deense Nordic Cochrane Centre komt tot een vergelijkbare conclusie. Goed om te weten: het centrum wordt door de Deense staat gefinancierd en mag wettelijk geen gelden van farmaceutische bedrijven aannemen.
Dat is maar goed ook, want laatstgenoemden hebben zich in hun reclame voor antidepressiva de afgelopen jaren steeds meer losgekoppeld van de huidige wetenschappelijke inzichten.
Citalopram: gevaarlijk placebo
Aangezien de werking van antidepressiva op zijn best beperkt is, is het des te belangrijker om de focus te leggen op mogelijke ongewenste bijwerkingen. Dit geldt met name voor citalopram, dat een van de meest voorgeschreven antidepressiva wereldwijd is. De inname van de serotonineheropnameremmer kan inderdaad leiden tot een hele reeks ernstige gevolgen.
Een voorschrijven uitsluitend op basis van het – overigens positief te waarderen – placebo-effect lijkt tegen deze achtergrond meer dan twijfelachtig.
Deze bijwerkingen van citalopram moet u kennen:
De lijst met bijwerkingen die door citalopram kunnen worden veroorzaakt, is lang. Slaperigheid, zweten, misselijkheid, droge mond en slapeloosheid behoren daarbij nog tot de mildere, maar komen met een waarschijnlijkheid van meer dan 10% zeer vaak voor.
Vaak (1 – 10%) komen onder andere de volgende bijwerkingen voor:
- Vermoeidheid
- Uitputting
- Krachtteloosheid
- Spierpijn
- Duizeligheid
- Hoofdpijn
- Trillen (tremor)
- Verhoogde speekselafscheiding
- Diarree
- Braken
- Hartkloppingen
- Duizeligheid
- Buikpijn
- Huiduitslag
- Nervositeit
- Concentratiestoornissen
- Angstigheid
Deze lijst zou nog lang kunnen worden voortgezet. Bijzonder opmerkelijk: seksuele disfuncties worden ook met een waarschijnlijkheid van 1 – 10% vermeld. Volgens een artikel in de Ärzte Zeitung komen deze echter onevenredig vaker voor.
Seksuele disfuncties: veelvoorkomend langetermijngevolg van citalopram
Volgens de ÄrzteZeitung lijdt 59 procent van de patiënten die antidepressiva gebruiken aan een seksuele disfunctie, die de levenskwaliteit van de getroffenen merkbaar beperkt. Een deel hiervan zal te wijten zijn aan de depressie zelf, maar vaak zijn alleen de medicijnen de oorzaak van dergelijke stoornissen. Dit geldt met name voor antidepressiva van de SSRI-klasse, waartoe ook citalopram behoort. Deze kunnen de seksualiteit ook jaren na het stoppen van de inname nog beïnvloeden.
Dat seksuele disfuncties desondanks “slechts” tot de “veelvoorkomende” en niet tot de “zeer veelvoorkomende” bijwerkingen van citalopram worden gerekend, zal ook samenhangen met het feit dat getroffenen dergelijke beperkingen uit schaamte niet bespreken.
Als ook u vermoedt dat het gebruik van citalopram bij u tot een seksuele disfunctie heeft geleid, loont het de moeite om samen met uw arts te bespreken of u het medicijn kunt afbouwen.
Maar let op: citalopram moet in elk geval langzaam worden afgebouwd – in het jargon spreekt men van “afbouwen”. Het abrupt stoppen van het medicijn kan immers leiden tot aanzienlijke ontwenningsverschijnselen.
Citalopram: stoppen kan leiden tot ontwenningsverschijnselen
Antidepressiva worden vaak maanden, soms zelfs jarenlang ingenomen. Het probleem hierbij: in de loop van de tijd ontstaat een afhankelijkheid, die met name bij serotonineheropnameremmers kan leiden tot ontwenningsverschijnselen, het zogenaamde SSRI-ontwenningssyndroom. De symptomen variëren van diarree en misselijkheid tot hoofdpijn en griepachtige symptomen, en tot gevoelloosheid. Wat getroffenen tijdens de ontwenning moeten doorstaan, leest u ook in een zeer interessant artikel dat in 2018 in de online-uitgave van Die Zeit verscheen.
Een reden te meer om het innemen van citalopram tegen depressies van meet af aan te vermijden.
Sint-janskruid: het verdraaglijke citalopram-alternatief
Beperkte werking, ongewenste bijwerkingen, schadelijke langetermijngevolgen, ontwenningssyndroom: ik kan citalopram dan ook alleen in absolute uitzonderingsgevallen (namelijk uitsluitend bij echt ernstige depressies) aanbevelen. Terecht vraagt u zich nu waarschijnlijk af: is er dan een alternatief? Ja, dat is er – het kruid sint-janskruid. In tegenstelling tot citalopram treden er bij dit geneesmiddel, dat al in de oudheid succesvol werd ingezet tegen depressieve stemmingen, nauwelijks bijwerkingen op. De lijst met “zeer vaak” (meer dan 10%) en “vaak” (1 – 10%) bijwerkingen blijft zelfs volledig leeg.
Wat betreft de werkzaamheid kan sint-janskruid echter zeker concurreren met citalopram. Een gerandomiseerde, placebogecontroleerde dubbelblinde studie concludeerde al in 2006 dat sint-janskruid bij matige depressies vergelijkbaar goed werkt als citalopram.
Tegelijkertijd is het echter, weinig verrassend, aanzienlijk beter verdraaglijk.
Depressies en angststoornissen overwinnen: oorzaakonderzoek loont
Hoe verleidelijk het ook mag zijn om depressies of angststoornissen eenvoudigweg toe te schrijven aan een verstoorde hersenstofwisseling, de realiteit is anders. Beide ziektebeelden kennen niet slechts één, maar vele triggers – zowel lichamelijke als psychische. Het is dan ook geen wonder dat antidepressiva slechts bij 14% van alle getroffenen een positief effect laten zien. De mogelijkheden van sint-janskruid zijn daarom helaas eveneens beperkt.
Feit is: alleen wie de oorzaak/oorzaken van zijn depressie of angststoornis kent, kan deze ook effectief behandelen. Welke triggers daarbij bijzonder vaak in aanmerking komen, heb ik uitgebreid behandeld in mijn twee boeken, die ik aan het einde van dit artikel ook voor u heb gelinkt. Bij depressies zijn dat bijvoorbeeld:
- Negatief denken en doelbewust pessimisme
- Een tekort aan BDNF-eiwitten, veroorzaakt door te weinig beweging
- Bijwerkingen van medicijnen die verkeerd gecombineerd zijn
- Voedselintoleranties
- Tekort aan mineralen, sporenelementen en vitamines
- Chronische ontstekingen
- Veranderingen in sociaal gedrag door sociale media en mobiele telefoons
- Niet herkende of verkeerd behandelde angststoornissen
- Slaapstoornissen en verkeerde slaapgewoonten
- Traumatische ervaringen en verdrongen verdriet
Als de oorzaak eenmaal is geïdentificeerd, is het ook mogelijk om een ogenschijnlijk hardnekkige depressie of een langdurige angststoornis te overwinnen. Ongeacht aan welk van de twee problemen men lijdt, zijn er tegenwoordig ook zonder medicijnen effectieve middelen en wegen om snel terug te keren naar een leven zonder angst en depressie.
Als u erin slaagt om uw gedachten door gerichte mentale training in een positieve richting te sturen, dan stuurt u zelf de neuroplasticiteit van uw hersenen aan. U bouwt daarbij overdag nieuwe neuronale structuren op die met positieve gevoelens zijn gevuld. En precies deze positieve gedachten worden ’s nachts geconsolideerd en laten geen ruimte meer voor het ontstaan van nachtmerries. Wat ingewikkeld klinkt, is in werkelijkheid eenvoudig en gebaseerd op de nieuwste neurowetenschappelijke inzichten.
Overigens kon mijn patiënte, die in haar nachtmerries werd achtervolgd door de diepzwarte schaduw, dankzij de Bernhardt-methode na een paar weken weer doorslapen en van haar nachtrust genieten. Voor haar had het werken met de methode zelfs nog een ander, verheugend neveneffect. Ze kreeg plotseling veel complimenten voor haar stralende en goede uiterlijk. Daarbij werd mijn patiënte duidelijk hoe zeer ze ook overdag onbewust had gevochten met de nachtelijke nachtmerrie. Maar toen ze deze eindelijk succesvol achter zich kon laten, had dat ook een duurzaam effect op haar uitstraling en haar dagelijks leven.
Disclaimer / Vrijwaring
Dit artikel is bedoeld om u uitgebreid te informeren en u nieuwe perspectieven te bieden. Het is een aanvulling op, maar geen vervanging van, een individuele diagnose of behandeling door medisch vakpersoneel. Raadpleeg bij gezondheidsvragen een professional – en gebruik onze tips als een krachtige ondersteuning.
